Enkelklachten
Het onderbeen bestaat uit twee botstukken: het scheenbeen en kuitbeen. De onderzijde van deze botstukken vormen met het sprongbeen het bovenste spronggewricht. Het sprongbeen vormt samen met het hielbeen het onderste spronggewricht. Het onderste en bovenste spronggewricht noemen we de enkel. Aan de buitenzijde daarvan zitten drie banden – aan de binnenzijde bevindt zich één grote band. Enkelbanden zorgen voor stabiliteit van de enkel. Onder de voet bevindt zich een dikke peesplaat die de voet stabiel maakt bij het staan en lopen.

Enkelbreuken
Acute pijn in enkel? Als de krachten waarmee de enkel zwikt groot zijn, kan het voorkomen dat het kuitbeen breekt. Afhankelijk van de locatie van de breuk kan een operatie noodzakelijk zijn. Dit wordt vastgesteld in het ziekenhuis na een röntgenfoto. Operatief ingrijpen is meestal noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het bovenste spronggewricht geen blijvende schade oploopt. Een operatie vindt ook plaats als de breuklijn zich boven het gewricht bevindt. In alle gevallen worden voet en onderbeen in het gips gezet. De revalidatie na een enkelbreuk ligt gemiddeld tussen de drie en zes maanden.

Enkelbandproblemen
Bij een verzwikking van de enkel klapt de voet naar buiten. Als gevolg daarvan ontstaat een grote trekkracht aan de enkelbanden aan de buitenzijde van de enkel. Deze kunnen, afhankelijk van de snelheid waarmee het zwikken plaatsvindt, uitrekken, inscheuren of afscheuren. De schade aan de banden bepaalt de duur van de revalidatie, die gemiddeld zes tot acht weken duurt.